De Tweede Kamer stemde onlangs in meerderheid vóór de nieuwe warmtewet, officieel de Wet collectieve warmte (Wcw). Daarmee is de eerste stap gezet. Na de zomer volgt de behandeling in de Eerste Kamer. Als daar eveneens een meerderheid instemt, komt een langlopend en beladen traject eindelijk tot afronding.
De totstandkoming van de nieuwe warmtewet nam meer dan vijf jaar in beslag en ging gepaard met stevige debatten. Na recente aanpassingen kon het wetsvoorstel rekenen op steun van twee derde van de Tweede Kamer. Daarmee is de kans groot dat ook de Eerste Kamer een comfortabele meerderheid biedt. Een van de meest gevoelige punten was de beslissing uit 2022 om warmtebedrijven te verplichten tot een publiek meerderheidsaandeel. Die keuze werd gemaakt op verzoek van gemeenten en provincies, die bij de aanleg van warmtenetten meer zeggenschap wilden en samenwerking met publieke partijen, zoals netwerkbedrijven, mogelijk wilden maken. Gemeenten krijgen in de nieuwe wet bovendien een duidelijke regierol bij de uitrol van warmtenetten.
Niet alle betrokkenen zijn enthousiast. Grote energiebedrijven zoals Eneco, Vattenfall en Ennatuurlijk hebben zich fel gekeerd tegen het verplichte publieke aandeel. Volgens hen heeft dit besluit geleid tot stilstand in de aanleg van grootschalige warmtenetten, mede door oplopende kosten en zorgen over de betaalbaarheid. Ernst Japikse, directeur van Ennatuurlijk, benadrukt de verantwoordelijkheid die nu bij publieke partijen ligt: “Wij gaan met belangstelling volgen hoe zij die gaan uitvoeren”. Zijn bedrijf ziet vooral groeikansen buiten de warmtewet, zoals bij geothermie, kleinere collectieve systemen en congestiemanagement.
Voor kleine collectieve warmtesystemen (onder de 1.500 aansluitingen) geldt géén verplichte publieke meerderheid. Deze sector opereerde tot nu toe relatief onzichtbaar, maar krijgt in de Wcw wel te maken met strenger toezicht. Via een amendement is geregeld dat deze kleine systemen buiten de aangewezen warmtekavels vrijgesteld kunnen worden van een ontheffing, zolang zij zich melden. Daarmee ontstaat ruimte voor innovatie en lokale initiatieven.
De reacties op de nieuwe warmtewet lopen sterk uiteen:
Netbeheer Nederland reageert positiever: “De inzet op warmtenetten verlicht de druk op het elektriciteitsnet en de bijkomende kosten”. Het netwerkbedrijf ziet de collectieve systemen als cruciale bouwsteen in de verduurzaming, juist omdat zij het alternatief bieden voor volledig elektrische installaties.
Opvallend is dat steeds meer publieke warmtebedrijven ontstaan, vaak in samenwerking met provincies en gemeenten. Staatsbedrijf EBN werkt inmiddels mee aan zeven initiatieven voor regionale warmtebedrijven, steeds met netwerkbedrijven als partner. Om die samenwerking te faciliteren, voorziet het wetsvoorstel in een uitzondering op het zogeheten groepsverbod. Dat maakt het voor netbeheerders mogelijk om ook diensten te verlenen aan warmtebedrijven waar zij zelf geen aandeelhouder in zijn. Een belangrijke stap, omdat de wet anders deelname van netwerkbedrijven zou belemmeren.
Niet alle politieke partijen konden zich vinden in het wetsvoorstel. Aan de uiterste linker- en rechterzijde stemden partijen als PVV, JA21, Forum voor Democratie, Partij voor de Dieren en SP tegen. De SP gaf aan graag vóór te hebben gestemd, maar vond het voorstel te weinig uitgewerkt om betaalbare netten te garanderen. De partij verwees naar het advies van warmteverkenner Frans Rooijers, die pleitte voor een snelle nationalisatie van de grote warmtebedrijven. De Wcw kiest daar niet voor, maar legt wel de basis voor een geleidelijke overgang naar meer publieke zeggenschap.
Met de instemming van de Tweede Kamer is een belangrijke mijlpaal bereikt, maar de discussie is nog lang niet voorbij. De Eerste Kamer buigt zich na de zomer over het voorstel. De komende maanden blijven cruciaal: lukt het om de zorgen van private partijen te adresseren, terwijl publieke partijen hun nieuwe rol concreet gaan invullen? De uitkomst bepaalt of de nieuwe warmtewet daadwerkelijk de versnelling kan brengen die nodig is voor de verduurzaming van de warmtevoorziening in Nederland.
De behandeling van de nieuwe warmtewet laat zien hoe complex de energiewetgeving is en hoeveel belangen er spelen bij de verduurzaming van de warmtevoorziening. Gemeenten, netwerkbedrijven en private partijen krijgen te maken met nieuwe rollen, verplichtingen en uitzonderingen. Voor professionals in de energiesector is het cruciaal om deze ontwikkelingen te begrijpen én toe te passen in hun werk. Tijdens de opleiding Energiewetgeving in de praktijk van Euroforum leer je hoe je de vertaalslag maakt van wet naar praktijk, en krijg je inzicht in de actuele en toekomstige wet- en regelgeving rond de energietransitie. Wil je meer weten over het programma? Vraag dan de brochure aan. De opleiding is ook volledig op maat te volgen met jouw team als Incompany-traject.
Altijd op de hoogte blijven?
Ontvang exclusieve tips en trends direct in je inbox.