Wat maakt een warmtetransitie écht succesvol? In Rotterdam blijkt het antwoord verder te gaan dan techniek en infrastructuur. Volgens Anne-Marie Verheijen draait het om samenwerking, vertrouwen en aandacht voor bewoners. Haar aanpak in Bospolder-Tussendijken laat zien wat daarvoor nodig is – en leverde haar de award WarmteTransitieMaker van het jaar op.
De warmtetransitie in Bospolder-Tussendijken is niet opgebouwd rondom techniek alleen. Vanaf het begin werkte Anne-Marie met drie duidelijke pijlers: techniek, sociaal en ruimtelijke inpassing. “Je hebt één: de businesscase en techniek. Twee: een sterk sociaal spoor. En drie: dat je het ruimtelijk goed inbedt”, legt ze uit. Die derde pijler voegde ze zelf toe. “Als je dat niet aan de voorkant meeneemt, heb je straks een warmtenet, maar geen boom meer die je kunt planten”. Juist de combinatie van deze drie maakt het project onderscheidend.
De basis van de warmtetransitie werd gelegd door een intensieve samenwerking tussen gemeente, woningcorporatie Havensteder en warmtebedrijf Eneco. “Toen ik begon, zaten we letterlijk met z’n drieën aan tafel: iemand van de gemeente, iemand van de corporatie en iemand van het warmtebedrijf. En de vraag was: hoe doen we dit?”. Die samenwerking was nieuw en vroeg om vertrouwen. “We hebben echt moeten leren: we hebben hetzelfde einddoel. Maar hoe we daar komen, dat moeten we samen ontdekken”. Het kostte twee jaar om tot een gebiedsovereenkomst te komen. “We zijn die hele businesscase gaan uitkleden. Hoe meer onzekerheden je wegwerkt, hoe sterker die wordt”. Volgens Anne-Marie is dat dé les voor de sector: “Je moet het belang van de ander leren kennen. Anders kom je er gewoon niet”.
Bospolder-Tussendijken is geen standaard wijk. “De sociale index lag hier echt onder het gemiddelde. Je hebt te maken met mensen met een uitkering of zonder afgeronde opleiding”, vertelt Anne-Marie. Dat vraagt om een andere aanpak. “Als je daar rondloopt, zie je dat mensen andere zorgen hebben dan een warmtenet. Dan moet je daar iets mee”. Daarom werd al vroeg ingezet op samenwerking met bewoners en lokale partijen. “We hebben samen vastgelegd: hoe willen we samenwerken en wat zijn onze waarden?”.
Een van de meest impactvolle onderdelen van het project is het sociale spoor. “Er kwamen vrouwen uit de wijk naar ons toe. Die zeiden: wij spreken al die talen, wij komen bij bewoners binnen. Wij willen energiecoach worden”. Wat begon met twee vrouwen, groeide uit tot een netwerk van 22 energiecoaches. “Ze gaan bij mensen thuis langs, brengen maatregelen aan en voeren gesprekken. Dat scheelt bewoners zo 140 euro per jaar”. Maar misschien nog belangrijker: ze halen signalen op. “Bewoners zeggen: ik ben bang dat mijn rekening straks hoger wordt. Of: hoe moet ik elektrisch koken? Die signalen krijgen wij terug”. Volgens Anne-Marie is dit goud waard. “Het is voor iedereen win-win”.
De aanpak ging verder dan alleen energiemaatregelen. “Je kunt niet alleen aanbellen met: wilt u van het gas af? Je ziet ook andere problemen”. Daarom werd ingezet op persoonlijke gesprekken en begeleiding. “De corporatie zette sociaal begeleiders in voor keukentafelgesprekken. Rustig, laagdrempelig, de tijd nemen”. Ook complexe situaties, zoals slecht functionerende VvE’s, werden aangepakt. “Dan moet je eerst dat probleem oplossen voordat je verder kunt”. Daarnaast ontstonden initiatieven zoals de Verbindingskamer. “Als we signalen tegenkomen – van eenzaamheid tot schulden – dan wordt dat opgepakt”.
Anne-Marie was één van de eersten die ruimtelijke inpassing integraal meenam in de warmtetransitie. “Ik dacht: als ik dit niet aan de voorkant organiseer, heb ik straks een warmtenet en een wijk waar geen boom meer bij kan”. Daarom werd samen met verschillende disciplines gekeken naar de inrichting van de ondergrond. Zelfs verdeelstations kregen een andere plek. “Die wilde ik niet in de openbare ruimte. Dus we hebben gezocht naar inpandige oplossingen. En dat is gelukt”.
De uitvoering verliep opvallend volgens planning. “We hebben die planning echt strikt aangehouden, want de subsidie mocht niet in gevaar komen”. Tot op de dag van vandaag ligt het project op schema. “En dat is best bijzonder”. Een belangrijke factor daarin is samenwerking in de uitvoering. “Je moet af van die gedachte: ik doe mijn projectje. Soms moet de één versnellen en de ander wachten. Maar je werkt samen naar één doel”.
De warmtetransitie bracht ook nieuwe inzichten. “Wat we echt hebben geleerd, is hoe ingewikkeld die inpandige werkzaamheden zijn. Daar had niemand ervaring mee”. Onvoorziene situaties waren eerder regel dan uitzondering. “Funderingen die anders liggen, schachten die verspringen… dat is echt een mega leerervaring”. Volgens Anne-Marie moet dit in toekomstige projecten eerder worden meegenomen.
Voor haar werk ontving Anne-Marie de award voor WarmteTransitieMaker van het jaar. Toch voelt die erkenning dubbel. “Ik voelde me vereerd dat ik hem in ontvangst mocht nemen. Maar dit hele project kan alleen door met zoveel mensen samen te werken”. Tegelijkertijd is ze trots. “Het is wel een waardering voor zeven jaar buffelen”.
De warmtetransitie in Rotterdam laat zien dat succes niet alleen zit in techniek, maar in de manier waarop je samenwerkt. De belangrijkste les volgens Anne-Marie: “Je kunt niet zeggen: ik doe mijn ding zoals ik dat altijd deed. Dan kom je er niet”. Wie echt impact wil maken, moet:
Wil jij de warmtetransitie in jouw gemeente of organisatie versnellen? Dan begint dat bij anders samenwerken – precies zoals in Bospolder-Tussendijken. Wil je hier meer over weten? Meld je dan aan voor het Nationaal Warmte Congres op 8 oktober 2026 in Rijswijk.
Wil jij ook iemand in het zonnetje zetten? Iemand die echt het verschil maakt in de warmtetransitie?
Nomineer deze persoon dan als WarmteTransitieMaker 2026!
Altijd op de hoogte blijven?
Ontvang exclusieve tips en trends direct in je inbox.