Hoe benut je opgewekte wind- en zonne-energie wanneer het elektriciteitsnet vol zit? Flevoland zoekt het antwoord in energieopslag, flexibel verbruik en lokale samenwerking. Volgens Harold Hofstra, gedeputeerde Energie bij de provincie Flevoland, vraagt dat om vooruitkijken én durven pionieren. Namens de provincies is hij ook landelijk trekker voor netcongestie en waterstof. Welke oplossingen ontstaan er in de polder, en wat kunnen andere regio’s daarvan leren?
Flevoland heeft volgens Hofstra een sterke uitgangspositie als producent van duurzame energie. Hij noemt ongeveer 6,3 terawattuur uit zon en wind en bijna 7,3 terawattuur aan totale duurzame opwek. Daarmee neemt de provincie volgens hem 20 tot 25 procent van de Nederlandse duurzame opwek voor haar rekening. Ook heeft Flevoland het bod uit de Regionale Energiestrategie volgens Hofstra ruimschoots gehaald. Juist die grote productie maakt het noodzakelijk om verder te kijken dan opwek alleen. “Als wij zoveel duurzame energie opwekken, wat gaan we daarmee doen?”
De voorsprong van Flevoland ontstaat volgens Hofstra niet alleen doordat de provincie ruimte heeft voor energieprojecten. De provincie werkt al meer dan twee jaar gericht aan flexibiliteit en ontwikkelt daarvoor beleid. Daarmee anticipeert Flevoland op knelpunten die ontstaan wanneer grote hoeveelheden duurzame elektriciteit beschikbaar komen. “Dat is het Flevolandse: pionieren en dingen doen die nog niet eerder zijn gedaan.”
“Wij ervaren zeker nog steeds problemen. De impact van netcongestie is hier ook groot”, benadrukt Hofstra. Nieuwe aansluitingen laten lang op zich wachten en verduurzaming loopt vast doordat het elektriciteitsnet vol zit. Voor hem is netcongestie daarom niet alleen een technisch probleem, maar ook een ruimtelijk-economische opgave. Het raakt de mogelijkheden om bedrijven, woningbouw en andere ontwikkelingen verder te brengen.
De Flevopolder is elektrisch verbonden met Gelderland en Utrecht; Noordoostpolder en Urk behoren tot een ander netgebied. Volgens Hofstra is binnen het gezamenlijke FGU-gebied inmiddels een onderverdeling in vijf kleinere congestiegebieden gemaakt, terwijl de gebieden verbonden blijven. Hij ziet vooral in Utrecht grote knelpunten, terwijl elders meer mogelijkheden bestaan om flexibel vermogen te organiseren. De ACM onderschrijft dat kleinere congestiegebieden beter inzicht geven in waar flexibiliteit nodig is en hoeveel netruimte die kan opleveren.
Flevoland heeft als eerste provincie een volledig beleidskader voor grootschalige energieopslag in batterijen vastgesteld. Het beleid uit april 2026 bouwt voort op een experimentenkader uit 2023. Het maakt duidelijk waar batterijen kunnen komen en hoe ze moeten passen in het landschap en energiesysteem. Het formele kader schrijft voor dat batterijen de netcongestie niet mogen vergroten en bevat aanvullende voorwaarden per toepassing.
Hofstra benadrukt dat batterijen daadwerkelijk moeten bijdragen aan de oplossing. “Een batterij moet congestieverzachtend werken.” Opslag is voor hem geen doel op zichzelf, maar moet het energiesysteem ondersteunen. Hij ziet grootschalige batterijsystemen bij hoogspanningsstations, zonneparken en windparken als een van de grootste kansen op dit moment. Daarnaast verwacht hij een verdere rol voor waterstof, warmteopslag en andere vormen van langdurige opslag.
“Ik zie het echt als een bouwsteen van het toekomstige energiesysteem”, zegt Hofstra over batterijopslag. “Met opslag kunnen we een overschot aan energie tijdelijk vasthouden en gebruiken wanneer er juist meer vraag is.” Daarmee kan energieopslag volgens hem helpen voorkomen dat windmolens vanwege een vol net moeten worden uitgeschakeld. De opgewekte elektriciteit blijft dan beschikbaar voor een later moment, waarop de batterij het net kan ondersteunen.
Hofstra ziet ook kansen in energiehubs, waarin bedrijven gezamenlijk hun energievoorziening organiseren. Ondernemingen delen een aansluiting, maken gezamenlijke afspraken en stemmen bedrijfsprocessen op elkaar af. Daarbij gaat het niet alleen om verbruik verschuiven, maar ook om minder energie gebruiken. Een batterij kan zonnestroom van bedrijfsdaken bewaren voor het opladen van vrachtwagens op een later moment. Zo komen opwek, verbruik en energieopslag samen, in plaats van dat bedrijven deze vraagstukken afzonderlijk aanpakken.
Een concreet voorbeeld is de verduurzaming van het busvervoer in Almere. Nieuwe elektrische bussen vragen laadcapaciteit, terwijl het reguliere elektriciteitsnet weinig ruimte biedt. Energiehub Zeewolde en Keolis hebben daarom een overeenkomst gesloten voor een laad- en stallingsplein nabij de A6. Via het eigen elektriciteitsnet van de energiehub moeten circa tachtig elektrische bussen vanaf 2028 lokaal opgewekte groene stroom krijgen.
Hofstra beschrijft hoe een gesloten elektriciteitsnet de bussen rechtstreeks toegang geeft tot energie uit het windpark. Volgens hem wordt daarnaast een deel van de energie benut om een waterstoftankstation langs de A6 te realiseren. Daarmee wil hij ook een ontbrekende schakel in de tankinfrastructuur invullen. Zo maakt de combinatie van lokale energieproductie en mobiliteit een duurzame busconcessie mogelijk, ondanks de beperkingen op het openbare net.
Naast batterijen ziet Hofstra een belangrijke rol voor waterstof. Hij noemt een vergund initiatief voor een waterstoffabriek met een beoogd vermogen van meer dan 100 megawatt. De projectinformatie over HyDeer in Lelystad vermeldt een eerste fase van 20 megawatt en een mogelijke uitbreiding tot 105 megawatt. Volgens het betrokken adviesbureau zijn de benodigde vergunningen verkregen.
Ook de Maxima-centrale speelt een belangrijke rol in Hofstra’s plannen. Hij wijst op de mogelijkheid om tot 50 procent waterstof bij te stoken en benadrukt dat daarvoor infrastructuur nodig is. Volgens Hofstra vormt het ontbreken van een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk een belangrijke belemmering.
Voor een regionale aansluiting zijn inmiddels bestuurlijke stappen gezet. Hofstra noemt een afgesloten convenant met onder andere Overijssel. Overheden en bedrijven uit Flevoland en Noordwest-Overijssel ondertekenden in juni 2026 een samenwerkingsovereenkomst en vroegen onderzoek naar een aansluiting aan. Hofstra bepleit een verbinding via Zwolle en Lelystad naar de Maxima-centrale, die vervolgens richting Diemen aansluit op het hoofdnetwerk. “Eigenlijk willen we van dat rondje een achtje maken.” Volgens hem maakt die extra verbinding het landelijke netwerk robuuster, doordat bij een onderbreking een alternatieve route beschikbaar blijft.
Het toekomstige energiesysteem vraagt volgens Hofstra om meer dan zon en wind. Hij ziet een combinatie van batterijen, waterstof, warmteopslag, flexibel verbruik en energieproductie die op afroep kan bijspringen. Fossiele brandstoffen moeten zoveel mogelijk verdwijnen, maar een beperkte rol voor gas sluit hij niet uit. Hij wijst op het project met Vattenfall in Almere, waarvoor volgens hem inmiddels een contract is afgesloten. Daar wordt een gasinstallatie gecombineerd met een grote batterij om extra flexibel vermogen beschikbaar te maken. “Met een klein stukje grijs kun je de verdere verduurzaming een impuls geven.”
Ook agrariërs werken volgens Hofstra aan nieuwe combinaties. Met zonnepanelen op schuurdaken en soms een eigen windmolen gaan zij aan de slag met waterstofproductie. Het doel is om trekkers en zwaar materieel in de toekomst op waterstof te laten rijden. Daarnaast verwijst Hofstra naar onderzoek waaruit volgens hem een fors potentieel voor groen gas uit reststromen blijkt. Ook ziet hij mogelijkheden om bestaande gasinfrastructuur voor waterstof te gebruiken. Zo moeten energiebronnen elkaar aanvullen en het gebruik van fossiele brandstoffen verder terugdringen.
Uitbreiding van het elektriciteitsnet blijft noodzakelijk, benadrukt Hofstra. Tegelijkertijd moeten regio’s niet alleen de problemen van vandaag oplossen, maar ook bouwen aan het energiesysteem van morgen. Dat vraagt volgens hem om duidelijke, stabiele regels, werkbare vergunningprocedures en investeringen in infrastructuur. Voor de grote woningbouwopgave in Almere en Lelystad wil hij netbewust bouwen als uitgangspunt: vanaf het ontwerp rekening houden met de belasting van het net. Energieneutrale en uiteindelijk energieproducerende gebouwen ziet hij als verdere stappen.
Huishoudens, bedrijven en elektrische voertuigen moeten volgens Hofstra onderdeel worden van een slimmer, flexibeler en decentraler energiesysteem. Energieopslag vormt daarin een buffer, zodat meer lokaal opgewekte energie ook lokaal kan worden benut. Dat moet bijdragen aan een betrouwbare en betaalbare energievoorziening. De beschikbare ruimte is echter niet onbeperkt. Hofstra wijst op nieuwe hoogspanningsinfrastructuur, de geplande kazerne in Zeewolde en het militaire medegebruik van Lelystad Airport. Deze ontwikkelingen vragen eveneens ruimte en brengen nieuwe energievraagstukken mee.
Flevoland heeft al langer ervaring met het inpassen van energieprojecten. Hofstra vertelt dat windmolens sinds de jaren tachtig bij de provincie horen. Met opschalen en saneren kiest Flevoland voor minder, krachtigere turbines in samenhangende lijnopstellingen. Hij beschrijft de beweging van bijna 800 naar 400 tot 500 turbines, met volgens hem een verdubbeling van de capaciteit. Daarmee moet de energieproductie toenemen én de landschappelijke inpassing verbeteren.
De provincie neemt volgens Hofstra de rol van gebiedsregisseur: partijen bij elkaar brengen en ontwikkelingen in samenhang mogelijk maken. Daarvoor zijn gemeenten, het Rijk, netbeheerders en de Autoriteit Consument & Markt nodig. Samen moeten zij bekijken waar bestaande regels belemmeren en hoe er ruimte ontstaat voor nieuwe oplossingen. “We willen als provincie graag een voortrekkersrol innemen, maar dat kunnen we niet alleen.” Pionieren betekent voor hem dus ook afspraken maken waarmee een kansrijk idee daadwerkelijk uitvoerbaar wordt.
Volgens Hofstra hebben oplossingen binnen Flevoland, Gelderland en Utrecht inmiddels resultaat en extra ruimte op het net opgeleverd. Die ervaringen zijn ook relevant voor provincies zoals Noord-Brabant en Noord-Holland, waar hij vergelijkbare problemen ziet ontstaan. “Je hoeft het niet zelf uit te vinden.” Hij roept andere regio’s op om te kijken waar oplossingen al zijn toegepast, getest en bruikbaar gebleken. Ook het Flevolandse batterijkader mogen andere provincies wat hem betreft overnemen. Zo kan kennisuitwisseling helpen om sneller maatregelen tegen netcongestie te treffen.
Wil jij ontdekken hoe energieopslag, flexibel verbruik en samenwerking elkaar versterken? Kom dan naar het Energieopslag Event op 3 december 2026, waar ook Harold Hofstra spreekt. Je ontmoet partijen die werken aan elektriciteitsopslag, warmteopslag en moleculenopslag en verdiept je in opslaglocaties, vergunningen, regelgeving en de businesscase. Zo leer je van praktijkervaringen en onderzoek je welke oplossingen passen bij jouw regio of organisatie. Download de brochure voor een overzicht van het gehele programma.
Altijd op de hoogte blijven?
Ontvang exclusieve tips en trends direct in je inbox.